maandag 29 januari 2007

Lazing on a Sunday afternoon....

Traveling is tough. Did we already write that? Well, it is. And to keep ourselves from getting overexerted we sometimes just have to do nothing, or little. So we spent a whole week on Roatan island (Honduras) diving. Of course that is also hard work, but in a different way.

Nadat we El Salvador hadden verlaten hebben we wat tijd gespendeerd in Honduras. Eerst de twee kleine stadjes Santa Rosa en Gracias, charmant en rustig. In Gracias kwamen we voor het eerst tijdens onze reis in aanraking met doktoren: een mug had wat troep in Rebecca achtergelaten en dat was ontstoken. Penicillinekuurtje, zalf, en veel liefde en aandacht van mijzelf hebben dit medische probleem snel verholpen. Toch maar geen ruige tocht door de bergen gedaan...

Voorts naar Copan Ruinas, de laatste Maya-tempel van onze reis. Duuuuuuur, en lang niet de mooiste die we hebben gezien, maar goed. Bij Copan hadden de Mayas zich gespecialiseerd in beeldverhalen in steen, wat het geheel dan weer erg mooi maakt. De vogels waren hier ook een leuke attractie.
Voordat we gingen duiken op Roatan, nog twee natuurparkjes bezocht. Bij Pico Bonito hebben we gewandeld met gids en wildwatergeraft; in Cuero y Salado ´s ochtends vroeg en ´s avonds laat gekanood met een andere gids.

Roatan is het grootste eiland van de Bay Islands: je hebt hier dus vanalles doorelkaar. De cruise boten met hun grote lading mensen, de semi-dure resorts die mensen vier rijen dik op het strand laten zitten, en de cabana´s voor sloebers zoals wij, die liever geld uitgeven aan duiken dan aan bevlooid strand. Rebecca is volgens de banale standaarden van PADI nu bevorderd tot Advanced Diver (houdt in dat je dieper mag duiken), ikzelf heb alleen fun dives gemaakt.

vrijdag 19 januari 2007

To all pizza makers in the world...

Please do not try to drown your pizza in cheese!
Por favor menos queso en los pizzas!

Too much cheese is yucky and gooey. Bad examples are: the pizza place in Glitter Gulch (close to Denali) and Italian Pizza place in Copan. Good examples are: La Nave in Tulum and the restaurant in El Panchan, outside Palenque.

Thank you.

zaterdag 13 januari 2007

El Salvador

is een klein landje tussen Guatemala, Honduras en stille zuidzee in. Oorspronkelijk wilden we hier zo´n twee weken doorbrengen, maar vanwege paspoort-gedoe is het uiteindelijk wat korter geworden. Het voordeel van zo´n klein land is dat er a) bijna alles in dagtripjes vanuit de hoofdstad te doen is en b) er niet heel veel te doen is. Vanuit San Salvador hebben we elke dag een ander nummer bus genomen naar een andere leuke bestemming.


El Salvador heeft precies 1 locatie op de werelderfgoedlijst staan en daar zijn ze dan ook erg trots op: Joya de Ceren. Dit is een maya-dorp wat a-la-pompeii is bedekt onder een groot laag stof en daardoor helemaal bewaard is gebleven. Een van de ontdekkingen was dat ze nu nog steeds exact dezelfde staple-goederen verbouwen en op exact dezelfde manier (afstand tussen de planten enzo). En ze hadden in die tijd ook al een sauna om te genieten van een dag hard werken (of voor zuiveringsrituelen maar dat is minder leuk). Een Amerikaanse mevrouw vroeg verschrikt of mannen en vrouwen dan samen in de sauna zouden zitten :-).



Suchitoto is een klein dorpje gelegen aan een schitterend meer. Het lokale museum wordt gerund door Dr. Alejandro Soto, de meest bekende filmmaker van het land. Hij heeft vele werken gekregen van Salvadoreense schilders, welke hij allemaal trots opnoemde. Alleen jammer dat we nog nooit gehoord hadden van al die schilders. Tot slot toonde hij ons zijn ´arrogantotheek´ waar hij al zijn prijzen en onderscheidingen (o.a. van de Spaanse koning en de Franse president) had staan. Een aparte maar zeker leuke tour.



Op een avond lagen we lekker op bed te relaxen en tv te kijken toen opeens alle buitenlandse kanalen op zwart gingen. Alleen de Salvadoreense kanalen waren goed te ontvangen en lieten allemaal hetzelfde zien. Toen we aan de señora vroegen wat er aan de hand was, bleek dat de president zijn half-termijn toespraak zou gaan houden en dat dan de andere kanalen worden geblokkeerd :-). En inderdaad na een half uur gelul over enorme voortgang enzovoorts deden alle kanalen het miraculeus weer.

De dollar is de officiele munt in het land waardoor we ons gestolen ´noodgevallen geld´ weer konden aanvullen. Pinnen was leuk, biljetten van 20 kunnen al nauwelijks gewisseld worden dus gaf de pin-automaat netjes 250 dollar in biljetten van 5 dollar, een enorme stapel. Sinds deze zomer is het toeristenvisum van 90 dagen geldig voor Guate, Salvador, Honduras en Nicaragua wat betekent dat we op deze grenzen geen stempels meer krijgen in ons paspoort. Dat vind ik wel erg jammer want ik ben een stempelspaarder. Over een maand als we naar Costa Rica gaan krijg ik dus weer een stempeltje erbij!

dinsdag 9 januari 2007

Pacaya vulkaan

Oud en nieuw was een beetje saai dit jaar. We lagen allebei, een beetje ziekjes, op bed. Op zich is een keer per 5 maanden een beetje ziek zijn lang niet slecht, alleen jammer van de datum. We hadden graag rondgelopen in het centrum en een beetje naar het vuurwerk en de voorstellingen op straat gekeken. Op de tweede voelden we ons weer helemaal de reiziger en hebben een tochtje naar de pacaya vulkaan geboekt.

Qua inspanning lang niet zo leuk als de Santa Maria vulkaan in Xela. Met de auto reden we tot aan de voet van de berg, waarna we nog zo´n anderhalf uur naar boven moesten wandelen met veelvuldige pauzes waarin de gids iets uitlegde. De vulkaan zelf is nog actief en spuugt nog geregeld lava uit. Dit heeft als gevolg dat ze de hitte gebruiken om 16 dorpen en een deel van Guatemala stad van stroom te voorzien. Dezelfde dorpen hebben het gevaar onder de lava te komen liggen, maar ja elk voordeel heeft zijn nadeel he.


Op dit moment is de vulkaan weer erg actief en mochten we niet naar de top van de krater klimmen (iets wat sommige mensen negeerden en gewoon omhoog klommen over het nog redelijk hete en vooral vlijmscherpe lavasteen). Toen de zon onder was zag je de hete lava in de gaten en spleten zitten. Dat is erg mooi te zien het contrast tussen felrood en pikzwart.

maandag 8 januari 2007

Ordnung muss sein!

Mijn vrienden en collega´s zullen het wellicht niet geloven, maar ik ben er achter gekomen dat ik van orde houd. Na lang en hard erover nagedacht te hebben, ben ik tot de conclusie gekomen dat landen vooruit komen doordat dingen geregeld zijn.

Het feit dat we half Antigua hebben afgelopen om een fax te vinden die ook naar Nederland kon bellen = zodat ik Visa de opdracht kon geven het frauduleuze gebruik van mijn creditcard te traceren = houdt mensen wel bezig, maar niet op een productieve manier. Mensen moeten tijd en moeite steken in het vinden van de juiste busverbindingen, de bijbehorende prijzen en vertrektijden, en of de pinautomaat wel genoeg geld uitspuwt vandaag.

Nee, neem dan El Salvador: het bussysteem is overzichtelijk opgezet, iedere bus heeft een nummer en een route. Dat is duidelijk. Dat voorkomt lang zoeken en rondvragen. Grappig eigenlijk, hoe zoiets kleins als een nummer voor een bus de mate van orde en dus mijn welbehagen verhoogt.

Gelukkig kwamen we er achter dat die orde niet alleen een verschil van landen is. Bij het afhalen van mijn paspoort bleek dat niemand in de Nederlandse ambassade de kluis open kon krijgen; degene die het normaalgesproken deed zat bij de tandarts. De Guatemalteekse immigratiedienst had de nieuwe stempels zo gepiept, tenminste, toen de stempelaarster van haar lunchpauze terug was...

Ach, nu ik weer mijn paspoort terug heb zie ik wel weer de charme van chaos in. Daarom wordt het tijd dat we dit overgeordende land El Salvador weer verlaten en ons onderdompelen in de woeste onberekenbaarheid van Honduras. Met bus 129 naar de grens en dan zien we wel...