
Misschien was het omdat we naar Colombia zijn gevlogen of omdat er altijd zo voor Colombia gewaarschuwd wordt dat het de eerste paar dagen echt weer even wennen was aan een nieuw land. We waren van plan er snel doorheen te gaan, maar er kwamen steeds meer leuke bestemmingen op het programma staan en uiteindelijk zijn we er (nog steeds veel te kort) meer dan 3 weken geweest. Hieronder een aantal indrukken uit een super mooi en enorm vriendelijk land.


Als eerste viel de enorme diversiteit in fruitsoorten op. Zeer lekker voor fruitsapjes zijn nispero, lula, narajilla, guanabana. Soms is de smaak minder geslaagd zoals bij borojo en tomate de arbol. In het zuiden van het land hebben we ook nog kennis gemaakt met guama, een soort enorme boon waarin pitten zitten met een soort slijm eromheen. Dit slijm blijkt uitermate lekker te zijn. Tot slot de granadillo, waarbij de pitjes zeer smaakvol zijn.

De laatste twee vruchten hebben we leren kennen doordat we aan mensen op de bus vroegen hoe de vruchten heetten en zij toen spontaan de vruchten kochten zodat we ze konden proeven. Dit geeft gelijk de ongelooflijke vriendelijkheid van de Colombianen aan. Altijd bereid te helpen of om uitleg te geven over iets van hun land. Ze zijn ook erg open over de militaire en politieke situatie in hun land wat tot interesante gesprekken heeft geleid. Ze hopen van harte dat wij thuis gaan vertellen dat grote delen van het land prima te bereizen zijn en dat er dus meer toeristen zullen komen. Eigenlijk hoop ik dat het niet zo toeristisch wordt, want dat is juist een van de charmes.

De constante aanwezigheid van de politie, het leger en andere militairen was in het begin even wennen, maar het bleek al snel dat ze een uistekende bron van (toeristen) informatie waren. De aanwezigheid van de militairen; of het nu het leger, de paramilitairen, de FARC of andere guerrillas zijn; zorgt voor een bepaalde stabiliteit in het land. Per deel van het land zijn andere militairen de baas, hoewel je daar als toerist erg weinig van merkt. In het noorden zijn de paramilitairen de baas en zij beveiligen winkels, bedrijven en mensen tegen een kleine vergoeding. Misschien heeft in de Nederlandse kranten wel wat gestaan over de bijdrage van Chiquita aan de paramilitairen. Hoewel het een bepaalde stabiliteit geeft, worden de paramilitairen steeds machtiger. Ze zijn enorm rijk door hun cocaineverkoop en proberen nu steeds meer politieke invloed te krijgen, bijvoorbeeld door maar een politieke kandidaat toe te staan gedurende verkiezingen. Deze, bijvoorbeeld, burgermeester beschermt op zijn beurt te paramilitairen weer door ze op te bellen dat ze de volgende dag een inval kunnen verwachten van het echte leger. Ondanks de stabiliteit hebben de mensen meer dan genoeg van deze corruptie.

Snel geld verdienen is een belangrijk aspect in Colombia. Nu is het vooral de cocaine productie (cocaine kan beter tegen gif dan marihuana) maar enkele decenia geleden was het pre-columbus goud dat tot onmiddelijke rijkdom moest leiden. Door deze zoektocht naar goed zijn enkele pre-colombiaanse ruines, zoals Cuidad Perdida, Tierradientro en San Augustin terug gevonden. Uiteindelijk zijn deze locaties nationale parken geworden en heeft de centrale bank van Colombia het bezit gekregen over het overgebleven goud. Met deze artefacten heeft de bank een aantal museo de oro (goudmusea) opgericht. In de kleinere steden wordt een cultuur aan de hand van de artefacten uitgelegd en in Bogota is het nationale museum, waarin de verbanden tussen de culturen worden uitgelegd. Deze musea zijn enorm stimulerend om daadwerkelijk naar de locaties toe te reizen en meer te leren over de grote verscheidenheid van de culturen in Zuid Amerika voor de ontdekking in 15xx.

Het goud museum was voor ons de reden om Bogota te bezoeken, hoewel we meestal liever de hoofdsteden overslaan. We werden aangenaam verrast, onder andere door de vele goede musea (waaronder dat van Botero), het historische centrum en het overzichtelijk transport systeem. Het transmillenio systeem heeft zijn eigen busbaan en brengt je voor een luttele 60 cent naar de andere kant van de stad en de taxis hebben allemaal meters die ze ook nog gebruiken! Het transport in de rest van het land was ook snel, efficient en ´veilig´. Alle bussen mogen maximaal 80 km per uur rijden en om te voorkomen dat de bussen te snel rijden klinkt er boven een snelheid van 75 km/h een harde piep. Reden genoeg voor de meeste bedrijven om de nauwkeurigheid van deze meter te veranderen. Meestal reden we meer dan 100 km/h voordat de meter 75 aangaf, zodat we toch nog lekker konden doorkarren. Zoals gebruikelijk is het verkeer in een land dus gevaarlijker dan de zogenaamde militaire dreigingen :-)
0 reacties:
Een reactie posten
Aanmelden bij Reacties posten [Atom]
<< Homepage